Kinderchirurgische centra

De onderzoeken, beslissingen en gesprekken met de ouders vinden plaats in een kinderchirurgisch centrum van een academisch ziekenhuis. De Gezondheidsraad heeft zes kinderchirurgische centra in Nederland aangewezen:

Momenteel (2013) zijn de ziekenhuizen onderling bezig specialismen te verdelen in plaats van alle behandelingen zelf uit te voeren. Om voorzichtig op de feiten vooruit te lopen: over enige tijd zijn er mischien twee of drie ziekenhuizen, verspreid over het land, die zich onder meer specialiseren in ARM. Dit heet 'Centralisatie van de zorg'.

Het nadeel is dat de afstand (in kilometers) tussen de patiënt en het ziekenhuis in veel gevallen zal toenemen. Het voordeel is dat de kennis meer gebundeld zal zijn. Dit is belangrijk omdat patiënten met ARM hun eigen problematiek en behandeling nodig hebben. Die kennis is niet altijd voorhanden als een ziekenhuis zich eigelijk liever specialiseerd in andere ziektebeelden.

Een ander voordeel van de behandeling van patiënten met ARM in een beperkt aantal ziekenhuizen, is dat de kennis over de aandoening in korte tijd sterk toeneemt. Nu kan het voorkomen dat in een ziekenhuis 2 of 3 nieuwe ARM-patiënten per jaar binnenkomen. Als in een ziekenhuis echter 10 of 20 nieuwe ARM-patiënten per jaar binnenkomen, zal dat ziekenhuis meer specifieke kennis en aandacht ontwikkelen voor deze aandoening. Ook is de kans op betere samenwerking tussen de verschillende specialismen groter.

Veel kinderziekenhuizen proberen met een multidisciplnaire poli de patiënt tegemoet te komen door controles door artsen van verschillende disciplines tijdens één afspraak te latenaatsvinden. Als de patiënt onder toezicht staat van meerdere artsen/specialisten kan dit veel reistijd schelen. De logistiek kan op verschillende manieren georganiseerd zijn:

  • meerdere artsen houden spreekuur in één ruimte en de patiënten komen één voor één langs.
  • de patiënt zit in een ruimte en de artsen komen één voor één langs.

Vraag de arts naar het behandeltraject in de toekomst; de zogenaamde Follow Up. Vaak is er een tijdlijn waarbij de patiënt (tot 18 jaar) regelmatig op controle komt om de voortgang te monitoren. Op kritische momenten in de ontwikkeling (denk aan menstruatie bij meisjes met een cloaca) zal de patiënt extra aandacht krijgen.